VACATURES

Ben je op zoek naar een job? Raadpleeg hier het aanbod.

Eerste graad

EERSTE GRAAD

In de eerste graad bieden we volgende studierichtingen aan:

Een woordje uitleg
De school kiest ervoor om een uur differentiatie voor wiskunde en een uur differentiatie voor talen (Nederlands, Frans en Engels) aan te bieden. De indeling van
deze groepen gebeurt op basis van de capaciteiten, noden en interesses van de leerlingen. Dit betekent dat de samenstelling van deze groepen niet steeds overeenkomt met de samenstelling van de klasgroepen. In deze differentiatie-uren worden sterke leerlingen uitgedaagd en krijgen leerlingen met moeilijkheden extra uitleg. Ook kunnen leerlingen in deze lessen kiezen voor een onderwerp binnen het vak dat aansluit bij hun interesse.

Naast de differentiatie-uren worden er ook wekelijks inhaallessen wiskunde, Nederlands en Frans georganiseerd. Deze lesuren vallen buiten het lessenpakket en
leggen de nadruk op remediëring. Deze inhaallessen gaan door tijdens een achtste lesuur (15.35 u – 16.25 u).

KLASSIEKE TALEN (4u)

Waarom?

  • Je hebt interesse voor klassieke culturen.
  • Je hebt zin voor talen.
  • Je bent nieuwsgierig naar Westerse beschaving.

Hoe?

  • Je leert taal als systeem (woordenschat en grammatica)
    kennen en begrijpen.
  • Je leest Latijnse en Griekse teksten.
  • Je bestudeert culturele aspecten van deze klassieke samenlevingen.

Wat?

  • Je leert omgaan met andere talen en taal als cultuurverschijnsel beleven.
  • Je ziet dat leesvaardigheid binnen de klassieke talen centraal staat.
  • Je hebt ook interesse in de culturele en maatschappij-historische vorming.

DIFFERENTIATIE (2 u),
AGRO- EN BIOTECHNIEKEN (2 u)

Waarom?

  • Je hebt interesse in natuur, landbouw en wetenschappen.
  • Je hebt ‘groene’ vingers.
  • Je toont aandacht voor het milieu.

Hoe?

  • Je bestudeert de productieprocessen van de voeding.
  • Je onderzoekt invloeden van buitenaf op onze voeding.
  • Je zoekt naar creatieve oplossingen.
  • Je maakt kennis met gereedschappen en grondvoorbereidingen.
  • Je zet de eerste stappen in het teeltverhaal.

Wat?

  • Je krijgt inzichten in zowel de natuur en landbouw, als in de wetenschappen.
  • Je leert waar onze voedingsmiddelen vandaan komen, hoe ze daar geraken en hoe ze aan de man gebracht worden.

DIFFERENTIATIE (2 u),
CREA (2 u)

Waarom?

  • Je bent vindingrijk, creatief, fantasierijk.
  • Je bent een expressief persoon.

Hoe?

  • Je gaat correct om met materialen.
  • Je ontwikkelt je motorische vaardigheden verder.
  • Je ontplooit je creatieve geest, alleen of in groepsverband.
  • Je raadpleegt culturele informatiebronnen.

Wat?

  • Je gaat creatieve voorstellingen realiseren met behulp van basisvaardigheden en technieken die tijdens de lessen Beeld niet aan bod komen.

DIFFERENTIATIE (2 u),
SPORT & WETENSCHAP (2 u)

Waarom?

  • Je bent nieuwsgierig naar nieuwe sporten.
  • Je hebt interesse in de wetenschappelijke kant van het sporten.
  • Je gaat voor een gezonde geest in een gezond lichaam.

Hoe?

  • Je probeert verschillende sporten uit.
  • Je onderzoekt het verhaal achter de sport en inspanningen.

Wat?

  • Je maakt kennis met minder alledaagse sporten.
  • Je leert de wetenschap achter de sport.
  • Je leert hoe sportprestaties en verantwoord sporten hand in hand gaan.

DIFFERENTIATIE (2 u),
STEM-WETENSCHAPPEN (2 u)

Waarom?

  • Je denkt graag probleemoplossend.
  • Je bent nieuwsgierig naar het hoe en waarom van wetenschappelijke processen.
  • Je bent creatief, met een fascinatie voor technologie.

Hoe?

  • Je maakt kennis met nieuwe technologieën.
  • Je leert experimenteren, onderzoeken en ontwerpen.
  • Je zoekt de link tussen wetenschappen en wiskunde en hun technologische contexten.
  • Je werkt samen aan projecten.

Wat?

  • Deze afkorting staat voor Science-Technology-Engineering-Mathematics.
  • Je maakt kennis met deze verschillende wetenschapsgebieden.
  • Je ziet in dat wiskunde, wetenschappen en technologie nauw met elkaar verbonden zijn.

Lessentabel 2A schooljaar 2020 – 2021

Een woordje uitleg
Na het eerste jaar (2019 – 2020) kiezen de leerlingen van 1A, bovenop de Algemene vorming (25 u), een basisoptie of -pakket (5 u) en een keuzegedeelte (2 u).
Ze hebben nog steeds een zeer groot gemeenschappelijk leerpakket.

Binnen de basisvorming differentieert de leerkracht naar noden, interesses of capaciteiten.

Differentiatie kan plaatsvinden in de klas of klasoverstijgend.

Een woordje uitleg
Binnen de basisvorming differentieert de leerkracht, waar nodig, naar noden, interesses of capaciteiten.
Differentiatie kan plaatsvinden in de klas of klasoverstijgend.

PROJECT (2 u)

Binnen de optie Project ga je aan de hand van projecten proeven van wetenschappen, agro- en biotechnieken, crea en sport. Je maakt kennis met verschillende opties.

TECHNIEK (2 u)

In deze uren Techniek verdiep, verbreed en breid je de leerstof van de techniek uit de Algemene vorming uit. Je bent iemand die graag dingen maakt en creatief is. Via projecten werk je rond constructie, transport, energie, ICT en biotechniek.

Lessentabel 2B vanaf schooljaar 2020-2021

Een woordje uitleg
De leerlingen uit 1B gaan meestal naar 2B. Deze richting is praktijkgericht. De leerlingen krijgen naast de Algemene vorming (20 u) ook de optie pakket Land- en
tuinbouw (10 u). Daarnaast kiezen zij 2 u Techniek, 2 u Beeld of 2 u Project.

Binnen de basisvorming differentieert de leerkracht naar noden, interesses of capaciteiten.

Differentiatie kan plaatsvinden in de klas of overstijgend.

LATIJN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

In het tweede leerjaar verbreed je de basiskennis Latijn die je verworven hebt in het eerste jaar. Je breidt je kennis betreffende zinsdelen en overeenkomstige vormen uit. Je verkent strategieën (deductie, afleiden uit Latijnse vormen …) om in de 4 grote onderdelen van een taal – woordenschat, grammatica, cultuur en tekstbegrip – je inzichten te verdiepen.

Welke vaardigheden train je?

Je beschouwt elke (vertaal)opgave als een uitdaging en je probeert een correcte, efficiënte, logische en genuanceerde oplossing na te streven. Je leert vakbegrippen op een vlotte en juiste manier hanteren. Bovendien kom je ertoe stapsgewijs zelf de leerstof te analyseren en om te zetten in hanteerbare leerschema’s. Bij het verwerven van nieuwe kennis, leg je spontaan verbanden met reeds verworven kennis. Stilaan ontwikkel je een eigen, persoonlijke vertaaltechniek. Je leert je uitdrukken in een correct en verzorgd Nederlands.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt een ruime belangstelling voor andere culturen en voor ‘creatief omgaan met taal’. Je bent bereid grondig en nauwkeurig te werken, met veel zin voor regelmaat en planning. Je toont doorzettingsvermogen, zowel bij zelfstandig werken als in groepsverband. Je wil respectvol samenwerken met medeleerlingen.

AGRO- EN BIOTECHNIEKEN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je bestudeert het productieproces van planten en dieren. Je leert de behoeften en noodzaak van voeding voor mens en dier ontdekken. Je onderzoekt welke middelen er nodig zijn om voedsel voor mens en dier te produceren. Je leert eigen voedingsgewoontes ontdekken en bijsturen. Je kan laboratoriummateriaal herkennen, benoemen en hanteren en je verwerft inzicht in het uitvoeren van eenvoudige experimentele onderzoeken in het labo en op het veld. Je leert dat de mens behoefte heeft aan groen en een gezond leefmilieu.

Welke vaardigheden train je?

Je oefent verschillende stappen van eenvoudig wetenschappelijk onderzoek via praktijkproeven: waarnemen, benoemen, ordenen, ontleden en verklaren. Via veldexperimenten ervaar je proefondervindelijk dat teeltvoorbereidingen, teelttechnieken en verzorgingstechnieken bij planten invloed hebben op het productieproces. Via het opvolgen en registreren van productieprocessen leer je algemene leervaardigheden: waarnemingen noteren, bijkomende informatie opzoeken en besluiten trekken.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor de levende natuur en economie en je bent nieuwsgierig naar resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Je kan zelfstandig maar ook in groep werken. Je ziet in dat je medeverantwoordelijk bent voor het behoud van het milieu en de gezondheid. Je wil nauwkeurig en hygiënisch werken en de veiligheidsvoorschriften van het labo toepassen.

MODERNE WETENSCHAPPEN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je verwerft kennis in de gebieden natuurwetenschappen (elektriciteit, chemie, fysica), economie en gedrags- en cultuurwetenschappen. Je leert bepaalde wetten van de natuur verklaren in het vak Wetenschappelijk werk (WW). In het vak Socio-economische initiatie (SEI) bestudeer je hoe mensen leven en werken in het gezin en de gemeenschap. Via onderzoeksopdrachten en projectwerking verwerf je inzicht in de verbanden tussen de leefomgeving (natuurwetenschappen), de gedragingen en de culturele uitingen (media, politiek, reclame…) van de mens (menswetenschappen).  Je bestudeert het gedrag van de consument. Je leert hoe de prijs van producten bepaald wordt en dat er als consument voortdurend keuzes gemaakt moeten worden. Je gaat onderzoeken wat de inkomsten en uitgaven van een gezin zijn. Verder wordt de samenleving van verschillende gemeenschappen bestudeerd.

Welke vaardigheden train je?

Je oefent eenvoudige wetenschappelijke denk- en werkwijzen via experimenten in het laboratorium en via projectwerking: onderzoeksvraag formuleren, onderzoek uitvoeren, metingen doen en verklaringen voorstellen. Je ontwikkelt algemene leervaardigheden: je verzamelt gegevens in verschillende informatiebronnen, je doet een (markt)onderzoek, je geeft de resultaten in grafieken weer en je formuleert conclusies. Je oefent en plant het uitvoeren van onderzoeksopdrachten via de ontwikkeling van een project.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor economische en maatschappelijke problemen en laboratoriumwerk. Je bent bereid een eigen mening te verwoorden en rekening te houden met de mening van anderen. Je bent kritisch en objectief ingesteld: je kan feiten van meningen onderscheiden. Je werkt graag samen met anderen. Je probeert creatief te zijn in het probleemoplossend denken. Orde en netheid en rekening houden met veiligheids- en milieuvoorschriften, vooral in een labo, ervaar je als een vanzelfsprekendheid.

 

Alle mogelijkheden blijven open. Na de algemene vorming van de eerste graad (A-stroom) kan je alle studies van de tweede graad aanvatten (behalve Latijn indien je dit niet in de eerste graad volgde). Je kan kiezen voor één van onze opleidingen: Biotechnische wetenschappen of Plant,- dier,- en milieutechnieken. Maar je kan net zo goed de tweede graad starten op een andere school binnen of buiten onze scholengemeenschap.

LESSENTABEL

Vak#
TOTAAL32/33
Godsdienst2
Nederlands4
Frans4
wiskunde4
aardrijkskunde1
natuurwetenschappen2
geschiedenis2
lichamelijke opvoeding2
muzikale opvoeding1
plastische opvoeding1
techniek2
Engels2
Basisoptie
Latijn5
agro-biotechnieken5
moderne wetenschappen5
Extra keuze
plastische opvoeding1 (32)
artistieke vorming2 (33)
sport en wetenschap2 (33)

Vanuit de B-stroom zijn er heel wat mogelijkheden, afhankelijk van je interesses. In onze school bieden we in de tweede graad de opleiding Plant, dier en milieu (optie productiedieren of gezelschapsdieren) aan die in de derde graad verder gezet kan worden in de richting Landbouw (optie productiedieren en landbouwmechanisatie, tuin- en groenbeheer of hobby- en gezelschapsdieren).

LESSENTABEL

Vak#
TOTAAL32
Godsdienst2
natuurwetenschappen2
maatschappelijke vorming2
lichamelijke opvoeding2
muzikale opvoeding1
Nederlands3
plastische opvoeding1
wiskunde3
ICT1
realisatietechnieken6
dier- en leefmilieu3
plant- en groeimilieu5
Frans1