VACATURES

Ben je op zoek naar een job? Raadpleeg hier het aanbod.

Eerste graad

EERSTE GRAAD

In de eerste graad bieden we volgende studierichtingen aan:

Een woordje uitleg
De school kiest ervoor om een uur differentiatie voor wiskunde en een uur differentiatie voor talen (Nederlands, Frans en Engels) aan te bieden. De indeling van
deze groepen gebeurt op basis van de capaciteiten, noden en interesses van de leerlingen. Dit betekent dat de samenstelling van deze groepen niet steeds overeenkomt met de samenstelling van de klasgroepen. In deze differentiatie-uren worden sterke leerlingen uitgedaagd en krijgen leerlingen met moeilijkheden extra uitleg. Ook kunnen leerlingen in deze lessen kiezen voor een onderwerp binnen het vak dat aansluit bij hun interesse.

Naast de differentiatie-uren worden er ook wekelijks inhaallessen wiskunde, Nederlands en Frans georganiseerd. Deze lesuren vallen buiten het lessenpakket en
leggen de nadruk op remediëring. Deze inhaallessen gaan door tijdens een achtste lesuur (15.35 u – 16.25 u).

KLASSIEKE TALEN

SPORT & WETENSCHAP

AGRO- EN BIOTECHNIEKEN

STEM-WETENSCHAPPEN

CREA

Een woordje uitleg
Binnen de basisvorming differentieert de leerkracht, waar nodig, naar noden, interesses of capaciteiten.
Differentiatie kan plaatsvinden in de klas of klasoverstijgend.

OPTIE TECHNIEK

OPTIE PROJECT

Na het eerste jaar kiezen de leerlingen van 1A, bovenop de algemene vorming (25 u), een basisoptie of -pakket (5 u) en een verbreding (2 u).
Ze hebben nog steeds een zeer groot gemeenschappelijk leerpakket. Binnen de basisvorming differentieert de leerkracht naar noden, interesses of capaciteiten. Differentiatie kan plaatsvinden in de klas of klasoverstijgend.

BASISOPTIE – KLASSIEKE TALEN (5 u)

Waarom?

  • Je honger voor klassieke culturen is nog niet gestild.
  • Je wilt je talenknobbel blijven uitbreiden.
  • Je bent nog steeds nieuwsgierig naar het verleden, de wieg van onze Westerse beschaving.

Hoe?

  • Je verdiept je verder in taal als systeem ( woordenschat en grammatica ).
  • Je maakt kennis met nieuwe Latijnse en Griekse auteurs.
  • Je verdiept je verder in het culturele aspect van deze klassieke samenleving.

Wat?

  • Je leert doeltreffend omgaan met andere talen en taal als cultuurverschijnsel beleven.
  • Je ziet je leesvaardigheid binnen de klassieke talen groeien.
  • Je hebt nog steeds interesse in de culturele en maatschappij-historische vorming.

BASISOPTIE – MODERNE TALEN & WETENSCHAPPEN ( 5 u )

Waarom?

  • Je kan van taal genieten.
  • Je bent creatief met woorden en taal.
  • Je wil inzicht in wetenschappelijke principes verwerven.
  • Je hebt interesse voor wetenschap in het dagelijks leven. 

Hoe?

  • Je maakt verder kennis met nieuwe technieken.
  • Je wordt vaardiger in verschillende talen en taalsystemen.
  • Je werkt samen projecten uit.
  • Je experimenteert, proeft, onderzoekt en ontwerpt zelf of in groep.

Wat?

  • Je onderzoekt verbanden binnen taal en verschillende talen.
  • Je breidt je taalvaardigheid als communicatiemiddel uit.
  • Je wordt vaardiger in en door onderzoekend leren.
  • Je maakt kennis met verschillende wetenschappen (fysica, biologie en chemie).

BASISOPTIE – AGRO – EN BIOTECHNIEKEN ( 5 u )

Waarom?

  • Je interesse voor planten, dieren en techniek is groot.
  • Je bent nieuwsgierig naar ontwerpmethoden en realisatietechnieken.
  • Je zoekt graag naar de relatie tussen samenleving, onderzoek en ontwikkelingen.

Hoe?

  • Je test realisaties.
  • Je analyseert het productieproces.
  • Je ontwikkelt inzichten in ontwerpmethoden.

Wat?

  • Je werkt samen projecten uit, van onderzoek over ontwerp naar realisatie.
  • Je zoekt naar verbeteringen aan/voor ontwerpmethoden.
  • Je leert het productieproces bijsturen.

VERBREDING – 2A ( 2 u )

  • Sport & wetenschap
    • Je test nieuwe niet-alledaagse sporten uit.
    • Je zoekt verder naar de wetenschap achter de sport.
    • Je werkt verder aan een gezonde geest in een gezond lichaam.
    • Je leert kritisch kijken naar je eigen sportief handelen.
  • Kunst & crea
    • Je bent nieuwsgierig naar kunst en cultuur.
    • Je onderzoekt verschillende expressievormen.
    • Je ervaart het samenspel tussen verschillende expressievormen.
    • Je ontplooit jezelf, als persoon, in deze expressievormen.
  • Mens & maatschappij
    • Je bestudeert het sociale gedrag van mensen in de maatschappij.
    • Je past zowel sociale als communicatieve vaardigheden toe in verschillende actuele situaties.
    • Je ontwikkelt inzicht in een persoonlijke en gezonde levensstijl in onze hedendaagse samenleving.
    • Je bekijken de invloed van mens en natuur op de persoonlijke ontwikkeling.

 

Na het eerste jaar kiezen de leerlingen van 1A, bovenop de algemene vorming (25 u), een basisoptie of -pakket (5 u) en een verbreding (2 u).
Ze hebben nog steeds een zeer groot gemeenschappelijk leerpakket. Binnen de basisvorming differentieert de leerkracht naar noden, interesses of capaciteiten.
Differentiatie kan plaatsvinden in de klas of klasoverstijgend.

BASISOPTIE – PAKKET LAND- EN TUINBOUW ( 10 u )

Waarom?

  • Je interesseert je voor plant, dier en techniek.
  • Je zoekt graag naar de relatie tussen plant, dier en techniek.
  • Je bent graag actief en buiten bezig.

Hoe?

  • Je bestudeert de fauna en flora.
  • Je maakt kennis met verschillende technische vaardigheden.
  • Je werkt processen uit.

Wat?

  • Je zet het geleerde om in praktijk.
  • Je werkt kleine projecten uit.
  • Je proeft van de verschillende kanten van techniek.

VERBREDING – 2B ( 1 u )

  • Project
    • Je proeft van de verschillende opties wetenschappen, crea, sport en techniek.
    • Je werkt projecten uit vertrekkende van deze opties.
    • Je werkt een proces van begin tot einde samen uit.
  • Beeld
    • Je leert de schoonheid van kunst zien.
    • Je gebruikt je verbeeldingskracht om kunst te beleven.
    • Je experimenteert met verschillende kunstvormen.
    • Je creëert kunst a.h.v. verschillende strategieën.

Vanuit de B-stroom zijn er heel wat mogelijkheden, afhankelijk van je interesses. In onze school bieden we in de tweede graad de opleiding Plant, dier en milieu (optie productiedieren of gezelschapsdieren) aan die in de derde graad verder gezet kan worden in de richting Landbouw (optie productiedieren en landbouwmechanisatie, tuin- en groenbeheer of hobby- en gezelschapsdieren).