Eerste graad

Eerste jaar A

De leerlingen van de gemeente Bocholt de kans geven de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs in hun eigen vertrouwde omgeving te volgen en hen op zodanige manier te begeleiden dat ze goed voorbereid zijn om eender waar de tweede graad aan te vatten.  In het huidige onderwijssysteem kiest een leerling pas na het tweede leerjaar een studierichting.

De leerlingen van buiten de gemeente Bocholt zodanig te vormen dat ze prima voorbereid zijn om de tweede graad in onze school of elders aan te vatten

De leerlingen krijgen de mogelijkheid inhaallessen voor Frans, Nederlands of wiskunde te volgen.

1ste jaar
Godsdienst 2
Nederlands 5
Frans 4
Wiskunde 5
Aardrijkskunde 2
Natuurwetenschappen 2
Geschiedenis 1
Lichamelijke Opvoeding 2
Muzikale Opvoeding 1
Plastische Opvoeding 2
Techniek 2
Sociale Activiteiten 1
ICT 1
Keuzevakken
Latijn 3
Sportwetenschappen 2
Agro-Biotechniek 2
Technologische Activiteiten 2
Crea 2
Totaal 32

LATIJN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je ontdekt dat Latijn geen ‘dode’ taal is en je merkt vlug dat ze verder leeft in vele moderne talen. Je verwerft Latijnse woordenschat en je verdiept je in de basisbouwstenen van een Latijnse zin: substantieven, adjectieven en werkwoorden. Je leert deze bouwstenen op een juiste manier gebruiken in een Latijnse zin. Dit is de basis voor iedere verdere taalstudie. Deze kennis heb je nodig om je eerste stappen te zetten in tekstvertaling. Tenslotte krijg je in de cultuurlessen een beeld van de Romeinse samenleving, de wieg van onze Westerse beschaving.

Welke vaardigheden train je?

Door de studie van het Latijn krijg je een grondige taalkundige vorming en leer je logisch Latijnse zinnen analyseren en omzetten naar vlot Nederlands. Je traint je geheugen door de Latijnse woordenschat dagelijks in te oefenen. Je ontdekt verbanden tussen Latijn en moderne talen en je leert de kennis van de Latijnse grammatica en woordenschat gebruiken in andere talen.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je staat open voor de antieke Romeinse cultuur en je maakt een kritische vergelijking tussen je eigen gewoontes en gebruiken en die van Romeinse leeftijdsgenootjes. Je leert de opgedane grammaticale kennis spontaan gebruiken in vakoverschrijdende situaties (Nederlands – Frans enz.). Je wil je eigen oplossing steeds kritisch beoordelen. Je bent bereid zowel individueel als in groepsverband te werken.

SPORT EN WETENSCHAP

Welke kennis verwerk en verwerf je?

Je maakt kennis met een aantal sporten die minder aan bod komen tijdens de traditionele lessen lichamelijke opvoeding zoals skiën, klimmen, mountainbike, spinning… Je maakt kennis met de basistechnieken, regels en vaardigheden om deze sporten te kunnen beoefenen.  Tijdens de theoretische lessen maak je kennis met de wetenschap achter de sport. We zullen dieper ingaan op voeding, doping, de werking van de spieren en zenuwen, hartslagmetingen…. Goede sportprestaties en verantwoord sporten zijn onlosmakelijk verbonden met wetenschap. Deze link zal tijdens de lessen sterk aan bod komen.

Welke vaardigheden train je?

Je zal verschillende motorische vaardigheden trainen omdat je in contact komt met een brede waaier aan sporten. Ook ontwikkel je cognitieve vaardigheden. Je leert om in groep samen te werken of taken individueel tot een goed einde te brengen. Je leert om door te zetten en je eigen grenzen te verleggen. Je leert hoe je verantwoord kan sporten op een wetenschappelijke basis.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor sport en je bent nieuwsgierig naar nieuwe sporten. Je beoefent sporten in de natuur en op andere locaties, je toont ten alle tijden respect voor de veiligheids- en milieuvoorschriften die daar gelden. Je leert kritisch kijken naar je eigen prestaties en inzet. Je ziet in dat verantwoord sporten belangrijk is voor de goede gezondheid.

AGRO- BIOTECHNIEKEN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

In deze optie bestudeer je elementen van de natuur en de landbouw en je maakt kennis met chemie en biologie. Je leert over de herkomst van alledaagse voedingsmiddelen die geteeld of gekweekt worden op land- en tuinbouwbedrijven. Je verwerft inzicht in de manier waarop de mens zorgt voor het opzetten van teelten van plantaardig voedsel: de aanleg, de groeifactoren en de technieken, het oogsten en de verwerking.

Welke vaardigheden train je?

Je leert de juiste middelen en materialen gebruiken om je eigen klastuin te onderhouden. Je oefent in het toepassen van de juiste onderhoudstechnieken en –methodes van de start van de teelt tot de oogst. Je communiceert in groep over de resultaten van eenvoudige praktische proefjes en mogelijke problemen tijdens het opzetten van de teelt. Je leert creatieve oplossingen bedenken en uitvoeren.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor natuur, landbouw en economie. Je wil zelfstandig, maar ook in groep werken. Je werkt verzorgd en je streeft het oogsten van kwaliteitsvolle producten na. Je hebt oog voor je eigen veiligheid en die van de anderen. Tevens besteed je aandacht aan het milieu door zorgzaam om te gaan met materialen en producten.

TECHNOLOGISCHE ACTIVITEITEN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je maakt kennis met een aantal basisvaardigheden en technieken voor het bewerken van hout, metaal, kunststoffen en elektriciteit. Je leert de nodige gereedschappen kennen om het gewenste materiaal te bewerken. Ook leer je een aantal eigenschappen kennen van materialen die je gaat bewerken. Je verwerft specifieke vak- en symbolentaal om de stappenplannen van een praktische realisatie vlot te kunnen uitvoeren.

Welke vaardigheden train je?

Je leert omgaan met gereedschappen en machines door verschillende materialen te bewerken. Zo verwerf je een grotere motorische vaardigheid. Ook leer je werken volgens een werkvolgorde om zo je oefeningen tot een goed einde te brengen. Door veel oefeningen te maken, kan je op termijn steeds vaker je eigen creativiteit kwijt in de oefeningen.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor technologie en je bent nieuwsgierig naar nieuwe technologieën. Je werkt zelfstandig en respectvol met gereedschappen en machines. Je krijgt aandacht voor detail en afwerking en je streeft kwaliteitseisen na. Je houdt je aan de veiligheids- en milieuvoorschriften die gelden in de werkplaats. Je wil leren kritisch kijken naar je eigen realisaties en je manier van werken. beoordelen.

CREA

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Hier maak je kennis met basisvaardigheden en technieken die nodig zijn om een creatieve voorstelling te realiseren. Dus ben je vindingrijk, oorspronkelijk, fantasievol, dan is crea de manier om je uit te drukken. Boetseren, collage, assemblage, grafiek, kalligrafie, keramiek, waarneming, schilderen, decorbouw, juwelen maken… Enkele van de mogelijke items die aan bod komen.

Welke vaardigheden train je?

Je leert op een correcte manier omgaan met verschillende materialen om de technieken optimaal toe te passen. Verder ontwikkel je de motorische vaardigheid, je leert je creatieve geest verder ontwikkelen.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je werkt zowel zelfstandig als in groep. Je leert respect opbrengen voor elkaar en de omgeving. Je leert kritisch te kijken en je manier van werken beoordelen. Je kan culturele informatiebronnen raadplegen en jezelf expressief uiten, je leert waarnemen, vormgeven en verwoorden.

1B

1ste jaar
Godsdienst 2
Nederlands 4
Wiskunde 4
Natuurwetenschappen 2
Maatschappelijke Vorming 3
Lichamelijke Opvoeding 2
Muzikale Opvoeding 1
Plastische Opvoeding 3
Techniek 6
Frans 2
Handvaardigheid 2
Sociale Activiteiten 1
Totaal 32

2A

Na het eerste leerjaar kiezen de leerlingen van het eerste leerjaar A een basisoptie.  Zij hebben dus nog steeds een zeer groot gemeenschappelijk leerpakket zodat nog alle studierichtingen open blijven.

2de jaar
Godsdienst 2
Nederlands 4
Frans 4
Wiskunde 4
Aardrijkskunde 1
Natuurwetenschappen 2
Geschiedenis 2
Lichamelijke Opvoeding 2
Muzikale Opvoeding 1
Plastische Opvoeding 1
Techniek 2
Engels 2
Optievakken
Latijn 5
Agro-Biotechniek 5
Moderne Wetenschappen 5
Totaal 32

LATIJN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

In het tweede leerjaar verbreed je de basiskennis Latijn die je verworven hebt in het eerste jaar. Je breidt je kennis betreffende zinsdelen en overeenkomstige vormen uit. Je verkent strategieën (deductie, afleiden uit Latijnse vormen… ) om in de 4 grote onderdelen van een taal – woordenschat, grammatica, cultuur en tekstbegrip – je inzichten te verdiepen.

Welke vaardigheden train je?

Je beschouwt elke (vertaal)opgave als een uitdaging en je probeert een correcte, efficiënte, logische en genuanceerde oplossing na te streven. Je leert vakbegrippen op een vlotte en juiste manier hanteren. Bovendien kom je ertoe stapsgewijs zelf de leerstof te analyseren en om te zetten in hanteerbare leerschema’s. Bij het verwerven van nieuwe kennis, leg je spontaan verbanden met reeds verworven kennis. Stilaan ontwikkel je een eigen, persoonlijke vertaaltechniek. Je leert je uitdrukken in een correct en verzorgd Nederlands.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt een ruime belangstelling voor andere culturen en voor ‘creatief omgaan met taal’. Je bent bereid grondig en nauwkeurig te werken, met veel zin voor regelmaat en planning. Je toont doorzettingsvermogen, zowel bij zelfstandig werken als in groepsverband. Je wil respectvol samenwerken met medeleerlingen.

AGRO- BIOTECHNIEKEN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je bestudeert het productieproces van planten en dieren. Je leert de behoeften en noodzaak van voeding voor mens en dier ontdekken. Je onderzoekt welke middelen er nodig zijn om voedsel voor mens en dier te produceren. Je leert eigen voedingsgewoontes ontdekken en bijsturen. Je kan laboratoriummateriaal herkennen, benoemen en hanteren en je verwerft inzicht in het uitvoeren van eenvoudige experimentele onderzoeken in het labo en op het veld. Je leert dat de mens behoefte heeft aan groen en een gezond leefmilieu.

Welke vaardigheden train je?

Je oefent verschillende stappen van eenvoudig wetenschappelijk onderzoek via praktijkproeven (kiemproeven, belichtings- en verduisteringsproeven, bemestingsproeven, eenvoudig grondonderzoek… ): waarnemen, benoemen, ordenen, ontleden en verklaren.  Via veldexperimenten ervaar je proefondervindelijk dat teeltvoorbereidingen, teelttechnieken en verzorgingstechnieken bij planten invloed hebben op het productieproces. Via het opvolgen en registreren van productieprocessen leer je algemene leervaardigheden: waarnemingen noteren, bijkomende informatie opzoeken en besluiten trekken.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor de levende natuur en economie en je bent nieuwsgierig naar resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Je kan zelfstandig maar ook in groep werken. Je ziet in dat je medeverantwoordelijk bent voor het behoud van het milieu en de gezondheid. Je wil nauwkeurig en hygiënisch werken en de veiligheidsvoorschriften van het labo toepassen.

MODERNE WETENSCHAPPEN

Welke kennis verwerf en verwerk je?

Je verwerft kennis in de gebieden natuurwetenschappen (elektriciteit, chemie, fysica), economie en gedrags- en cultuurwetenschappen. Je leert bepaalde wetten van de natuur verklaren in het vak Wetenschappelijk werk (WW). In het vak Socio-economische initiatie (SEI) bestudeer je hoe mensen leven en werken in het gezin en de gemeenschap. Via onderzoeksopdrachten en projectwerking verwerf je inzicht in de verbanden tussen de leefomgeving (natuurwetenschappen), de gedragingen en de culturele uitingen (media, politiek, reclame… ) van de mens (menswetenschappen).

Welke vaardigheden train je?

Je oefent eenvoudige wetenschappelijke denk- en werkwijzen via experimenten in het laboratorium en via projectwerking: onderzoeksvraag formuleren, onderzoek uitvoeren, metingen doen en verklaringen voorstellen. Je ontwikkelt algemene leervaardigheden: je verzamelt gegevens in verschillende informatiebronnen, je doet een (markt)onderzoek, je geeft de resultaten in grafieken weer en je formuleert conclusies. Je oefent en plant het uitvoeren van onderzoeksopdrachten via de ontwikkeling van een project.

Welke attitudes ontwikkel je verder?

Je hebt interesse voor economische en maatschappelijke problemen en laboratoriumwerk. Je bent bereid een eigen mening te verwoorden en rekening te houden met de mening van anderen. Je bent kritisch en objectief ingesteld: je kan feiten van meningen onderscheiden. Je werkt graag samen met anderen. Je probeert creatief te zijn in het probleemoplossend denken. Orde en netheid en rekening houden met veiligheids- en milieuvoorschriften, vooral in een labo, ervaar je als een vanzelfsprekendheid.

BVL

De leerlingen uit het eerste jaar B gaan meestal naar het beroepsvoorbereidende leerjaar (BVL).  De leerlingen volgen naast een gemeenschappelijk leerpakket nog 14 uren typisch voor het beroepenveld.

Deze leerlingen worden iets meer voorbereid op een later beroep en krijgen ook meer praktijk.  Het beroepenveld dat in Bocholt aangeboden wordt is Land- en Tuinbouw.

Naast de klassieke land- en tuinbouwvakken wordt er ook aandacht besteed aan de studie en verzorging van landbouwhuisdieren zoals schapen, konijn, kippen, …

2de jaar
Godsdienst 2
Natuurwetenschappen 2
Maatschappelijke Vorming 2
Lichamelijke Opvoeding 2
Muzikale Opvoeding 1
Nederlands 3
Plastische Opvoeding 1
Wiskunde 3
ICT 1
Realisatietechnieken 6
Dier- en leefmilieu 3
Plant- en groeimilieu 5
Frans 1
Totaal 32